VERKLARENDE WOORDENLIJST
Ablatie
Ablatie betekent verwijdering of excisie (uitsnijding). De ablatie wordt meestal uitgevoerd tijdens een chirurgische interventie.
Abnormale cervicale cellen
Abnormale cervicale cellen zijn cellen die gelegen zijn op de baarmoederhals en die van uitzicht veranderd zijn. Deze veranderingen worden vaak cervicale dysplasieën genoemd. Hoe groter de afwijkingen in de cellen zijn, des te waarschijnlijker is het dat er zich baarmoederhalskanker kan ontwikkelen.
In de meeste gevallen duurt dit proces een tiental jaar; maar in zeldzame gevallen kan de kanker zich sneller ontwikkelen.
Adenocarcinoom
Kanker die zich ontwikkeld heeft vanuit klierweefsel (dat slijm secreteert). De adenocarcinomen van de baarmoederhals ontstaan in de slijmvlieslaag die de endocervix bekleedt.
Baarmoederhals
De baarmoederhals is het onderste deel van de baarmoeder dat uitmondt in de vagina.
Baarmoederhalskanker
Ontwikkelt zich op de overgang van het externe deel van de baarmoederhals (exocervix) en het interne deel (endocervix). Baarmoederhalskanker is te wijten aan een virus: het Humaan Papillomavirus.
Benigne
Dit adjectief betekent “niet cancereus, niet maligne”. Een benigne tumor tast de omringende weefsels niet aan en breidt zich niet uit naar andere lichaamsdelen. Een benigne tumor kan groeien, maar blijft op dezelfde plaats van het lichaam.
Biopsie
Afname van een weefselfragment om een diagnose te stellen.
Cervicale dysplasie
Deze term verwijst naar veranderingen van oorspronkelijk normale cellen die de baarmoederhals bekleden. Cervicale dysplasieën verwijzen naar een opeenvolging van lichte of uitgebreide cellulaire veranderingen die nog niet cancereus zijn, maar die een voorstadium van baarmoederhalskanker vertegenwoordigen.
Cervico-vaginaal uitstrijkje (screening)
De screening van baarmoederhalskanker is momenteel gebaseerd op het cervico-vaginaal uitstrijkje. Het is aanbevolen bij alle vrouwen tussen 25 en 65 jaar om de 3 jaar.
Bij dit onderzoek worden er cellen afgenomen van de baarmoederhals om ze te analyseren onder de microscoop. Dit onderzoek dient om abnormale cellen op te sporen die zich eventueel kunnen ontwikkelen tot kanker. Een uitstrijkje kan ook niet cancereuze problemen zoals een infectie of een inflammatie aan het licht brengen.
Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met behulp van geneesmiddelen die gebruikt worden om de kanker te bestrijden. Men spreekt vaak van “chemo”. De meeste middelen worden toegediend via intraveneuze (IV) of orale weg. De chemotherapie is meestal een gegeneraliseerde behandeling: dit betekent dat het geneesmiddel via het bloed over gans het lichaam wordt getransporteerd.
Chirurgie
Chirurgie, of heelkunde, is de manuele of instrumentele behandeling van letsels of stoornissen in het lichaam.
CIN
CIN is het acroniem voor Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie. Het is een algemene term die wijst op de groei van abnormale cellen op het oppervlak van de baarmoederhals. CIN worden geklasseerd in 3 stadia met toenemende ernst: CIN 1, 2, 3, in functie van de hoogte van de aantasting van het epitheel.
Synoniem van cervicale dysplasie.
Colposcopie
Dit is een onderzoek dat tot doel heeft om de aanwezigheid van afwijkingen op de baarmoederhals met precisie op te sporen.
De gynaecoloog gebruikt een colposcoop, een soort loep met een lichtbron om de weefsels van de vagina en de baarmoederhals te onderzoeken.
Conisatie/Conische biopsie
De conisatie of conische biopsie is een behandeling van abnormale cellen. Een kegelvormig weefselfragment wordt weggenomen uit de baarmoederhals met behulp van een scalpel of een lasermes.
Cryochirurgie
Cryochirurgie maakt deel uit van de mogelijke behandelingen in geval van de bewezen aanwezigheid van abnormale cellen. Ze bestaat er in de abnormale cellen te vernietigen met koude.
Elektrochirurgie (zie LEEP)
Endocervix
Centraal in de baarmoederhals bevindt zich een opening die uitmondt in de baarmoederholte. Het inwendige deel van de baarmoederhals dat de wanden vormt van deze opening, wordt de endocervix genoemd.
Epitheel
Het epitheel is de externe laag cellen die alle uitwendige oppervlakken van het lichaam bekleedt: de huid en de slijmvliezen die de binnenzijde van de holle organen bekleden (zoals het spijsverteringskanaal of de luchtpijpen).
Exocervix
Dit is het uitwendige deel van de baarmoederhals in contact met de vagina.
Genitale wratten
Genitale wratten zijn uitwassen van de huid die voorkomen op de uitwendige geslachtsorganen of dichtbij de anus. Ze treffen zowel mannen als vrouwen. Ze ontwikkelen zich eerder zelden in de vagina of de baarmoederhals. Hoewel deze wratten goedaardig zijn, kan hun behandeling pijnlijk en moeilijk zijn, en er zijn vaak hervallen.
Gynaecologisch onderzoek
Het gynaecologisch onderzoek wordt uitgevoerd op de reproductieve organen en de borsten van de vrouw en gebeurt door een professionele zorgverlener. Tijdens dit onderzoek kan de professionele zorgverlener een cervico-vaginaal uitstrijkje nemen om de aanwezigheid van abnormale cellen op de baarmoederhals op te sporen.
Humaan Papillomavirus
Er bestaan meer dan 200 types Humaan Papillomavirus die voorkomen in het milieu en op de huid.
De meeste zijn relatief benigne, zoals deze die verantwoordelijk zijn voor de wratten die voorkomen op handen en voeten. In de genitale zone werden er bijna 40 types Humaan Papillomavirus geïdentificeerd; ze kunnen zowel bij mannen als bij vrouwen voorkomen. Bij de meeste mensen kan het immuunsysteem op zich alleen het virus verwijderen. De Humane Papillomavirussen die de genitale zone infecteren, komen zeer vaak voor en worden overgedragen door genitaal contact tussen twee personen.
Hysterectomie
Een hysterectomie is een chirurgische procedure die erin bestaat de baarmoeder en soms de baarmoederhals weg te nemen. De volledige wegname van de baarmoeder wordt “totale hysterectomie” genoemd. De wegname van een deel van de baarmoeder, zonder de baarmoederhals weg te nemen, wordt “partiële hysterectomie” genoemd.
Inflammatie
Een inflammatie is een lokale reactie op celletsels die zich manifesteert door roodheid, warmte, zwelling en pijn.
Intiem contact
Betekent dat er contact is tussen de genitale organen of tussen de genitale organen en de huid en/of de slijmvliezen.
Intra-epitheliaal
Deze term betekent « binnenin de cellaag die het oppervlak of de wand van een orgaan vormt».
Invasieve (baarmoederhals)kanker
Kanker die zich heeft uitgebreid vanuit het oppervlak van de baarmoederhals tot in dieper gelegen weefsels of andere lichaamsdelen.
Lasertherapie
Dit is één van de mogelijke behandelingen indien er abnormale cellen voorkomen op de baarmoederhals; ze bestaat erin de letsels te verbranden met een laserstraal.
Letsel
Een letsel kan praktisch gezien wijzen op om het even welke afwijking ter hoogte van een weefsel of een orgaan als gevolg van een ziekte of blessure.
Maligne
Als dit adjectief een gezwel benoemt, betekent het « maligne eigenschappen hebben die de naburige weefsels kunnen aantasten en vernietigen en die zich kunnen uitbreiden (metastaseren) naar andere delen van het lichaam”.
Synoniem van cancereus (kankerachtig).
Muceus
In verband met de mucus, een dik slijm dat geproduceerd wordt door de wanden van sommige lichaamsweefsels.
Neoplasie
Neoplasie verwijst naar de abnormale en ongecontroleerde groei van cellen.
Synoniem van tumor.
Pelvien
Dat betrekking heeft op het bekken, het onderste deel van het de buikholte gelegen tussen het onderste deel van de borstkast en de onderste ledematen.
Precancereus letsel
Letsel van waaruit zich eventueel een kwaadaardig gezwel kan ontwikkelen.
Radiotherapie/Behandeling met bestraling
Radiotherapie is het gebruik van hoogenergetische stralen om de kankercellen te doden en hun ontwikkeling te doen stoppen. Radiotherapie is een lokale behandeling die alleen de kankercellen van de behandelde zone zou moeten treffen.
Screening (Zie cervico-vaginaal uitstrijkje)
Squameus intra-epitheliaal letsel (SIL, Squamous Intraepithelial Lesion)
Algemene term die verwijst naar de abnormale groei van de squameuze cellen aan het oppervlak van de baarmoederhals. De veranderingen ter hoogte van deze cellen worden geklasseerd als laaggradig (LSIL, low grade) of hooggradig (HSIL, high grade), volgens de omvang van het letsel en het uitzicht van de abnormale cellen. Ook SIL genoemd
Tumor
Toename van het volume van een weefsel of een orgaan als gevolg van een abnormale vermenigvuldiging van cellen. Men onderscheidt benigne tumoren (niet cancereus) en maligne tumoren (cancereus).
Uterus
De uterus, of de baarmoeder, is een hol, peervormig orgaan dat gelegen is in het onderste deel van de buikholte van de vrouw, tussen de blaas (vooraan) en het rectum (achteraan). Het nauwe deel van de baarmoeder, dat helemaal onderaan gelegen is en uitmondt in de vagina, wordt “de baarmoederhals” genoemd; het breedste en hoogst gelegen deel wordt “het baarmoederlichaam” genoemd.
Vagina
De vagina is het spierkanaal dat de baarmoederhals verbindt met de buitenzijde van het lichaam. Het is meestal 15 tot 18 cm lang. De wanden zijn bekleed met slijmvlies.
Vaginale kanker
Sommige types papillomavirus kunnen de vagina besmetten en vaginale kanker veroorzaken.
Vulva
De vulva is het uitwendige geslachtsorgaan van de vrouw. Het omvat de grote lippen, de kleine lippen, de clitoris, kleine klieren (de klieren van Bartholin), alsook de opening van de vagina.
Vulvaire kanker
Een zeldzame kanker die de vulva (schaamstreek) aantast, m.a.w. het uitwendige deel van de vagina, met inbegrip van de schaamlippen.